1.1. Bridge in een vogelvlucht

In Nederland spelen, naar schatting, een klein half miljoen het fascinerende kaartspel, bridge en zijn rond de 100.000 mensen aangesloten bij de Nederlandse Bridgebond, NBB. Wereldwijd spelen ruim 50 miljoen mensen bridge. De spelregels zijn over de gehele wereld gelijk.

Hoewel de basisregels van bridge relatief simpel zijn, heeft bridge heeft het predicaat moeilijk te zijn. Het spel kent namelijk een enorme diepgang. Hoe diep je gaat, bepaal je zelf. Wil je met een vaste partner wedstrijden spelen? Of wil je ’s avonds met vrienden een kaartje leggen?

Bridge wordt gespeeld met vier mensen en 52 kaarten. De 52 kaarten zijn onderverdeeld in vier kleuren: ♣ klaveren; ruiten; harten; ♠ schoppen. Iedere kleur bevat dertien kaarten die onderling een rangorde hebben. Van hoog naar laag: Aas – Heer – Vrouw – Boer – 10 – 9 – 8 – 7 – 6 – 5 – 4 – 3 – 2 (Aas – Heer – Vrouw – Boer worden afgekort met AHVB, in het Engels met AKQJ voor Ace – King – Queen – Jack).

De vier mensen zitten rond de tafel en worden Noord, Oost, Zuid en West genoemd. Noord-Zuid vormen een paar en spelen tegen het paar Oost-West. Een bridgepaar vormt een partnership en is een klein team van twee personen.

Bridge bestaat uit 2 fasen: bieden en spelen. Het doel van het spel is om samen met je partner, zoveel mogelijk slagen te halen. Tijdens het spelen legt iedereen om de beurt, met de wijzers van de klok mee, een kaart open op tafel. Deze vier kaarten vormen een slag. Degene met de hoogste kaart, wint de slag en mag de eerste kaart in de volgende slag voorspelen. Je moet een kaart bijgooien in dezelfde kleur als de eerste kaart van de slag. Als je deze kleur niet (meer) hebt (= als je niet kunt bekennen), gooi je een kaart van een andere kleur bij. Je kunt de slag dan niet winnen, tenzij je troeft. Troef is een kleur die in rang boven de gevraagde kleur staat. De 2 van troef is hoger dan het Aas van een andere kleur. Als je de gevraagde kleur niet meer hebt, mag je troeven. Bekennen moet, troeven mag.

Tijdens het spelen houdt iedereen zijn kaarten bij zich. De kaart die je bijspeelt, toon je aan je medespelers en leg je vervolgens gesloten (met de beeldzijde naar beneden) voor je neer. Een slag die jij of jouw partner maakt, leg je rechtop (+) en een slag die de tegenpartij maakt, leg je dwars (-). Je legt de slagen in de volgorde van spelen, dakpansgewijs op elkaar. Als er aan het einde van het spel discussie is over het aantal behaalde slagen, zie je eenvoudig: slag 3 ligt bij jou anders dan bij mij.

Tijdens het bieden bepaal je of er met of zonder troef wordt gespeeld en, indien met troef, welke kleur troef is. Bovendien bepaal je hoeveel slagen iedere partij minimaal moet maken om punten te scoren.

Goed leren bieden is lastig. Daarom beperken we ons eerst tot StartersBridge, een vereenvoudigde vorm van bridge waarbij de focus ligt op het maken van slagen en het bieden nagenoeg wordt overgeslagen.