2.2. Spelen met troef

Spelen met troef vergt een andere aanpak dan spelen zonder troef, maar ook nu maak je een speelplan dat uit vier stappen bestaat waarvan de eerste letters niet voor niets het woord STOP vormen. Waar je bij het spelen van een sans atout contract (contract zonder troef) vooral kijkt naar de slagen die je zeker maakt (vaste slagen) en die je nodig hebt om het spel onder controle te houden, kijk je bij een spel met troef vooral naar de slagen die je dreigt te verliezen en probeer je deze verliesslagen weg te werken.

Situatie-analyse: realiseer je welke kleur troef is (deze ligt, vanuit de leider gezien, links in de dummy) en hoeveel slagen je maximaal mag verliezen. Bij het echte bridge bepaal je tijdens het bieden het maximumaantal verliesslagen. Bij StartersBridge moet je altijd minimaal zeven slagen halen en noem je in deze fase hardop het aantal slagen dat je denkt te maken. Een slag die je niet kunt maken is een verliesslag (ook wel verliezer genoemd). Een ervaren bridger laat in gedachte het biedverloop de revue passeren en denkt in dit stadium na over de betekenis van de uitkomst. Voor beginnende bridgers gaat dit te ver.

Tel het aantal verliesslagen in de hand met de meeste troeven. Vrijwel altijd is dit je eigen hand. Heb je in je eigen hand evenveel troeven als in de dummy dan tel je ook vanuit je eigen hand.
Hoeveel verliesslagen tel je in de onderstaande voorbeelden? Tel vanuit Zuid.

QUIZ

Ontwerp een plan om het aantal verliesslagen te verminderen. Er zijn drie basistechnieken voor het verminderen van het aantal verliesslagen:

  1. Introeven aan de korte kant (KK), de kant met de minste troeven.
  2. Weggooien op hoge kaarten.
  3. Kanskaart (snijden) – dit is vergelijkbaar met de kanskaarten in een spel zonder troef.

Per kleur onderzoek je welke basistechniek(en) in aanmerking komt (komen). In de onderstaande voorbeelden is schoppen troef en tel je de verliesslagen vanuit Zuid.

QUIZ

Plan het spel: bepaal de volgorde waarin je de verschillende kleuren speelt. In een troefcontract begin je ALTIJD met troeftrekken, tenzij je een goede reden hebt om het niet te doen. Als jij samen met je partner minimaal acht troeven hebt, heeft de tegenpartij er maximaal vijf. Als je deze troeven niet bij de tegenpartij weghaalt, loop je het risico dat een slag waarvan je gedacht had dat je die zou maken (en die je daarom niet als verliesslag had geteld), wordt ingetroefd door de tegenpartij en je deze alsnog verliest.

Bepaal eerst hoe vaak je moet troeftrekken: heb je samen met je partner acht of negen troeven, dan is drie keer troef trekken meestal toereikend en bij tien troeven slechts twee keer.

Bij de derde stap, ontwerp een plan om verliesslagen weg te werken en heb je onder meer het aantal verliesslagen bepaald dat je wilt introeven aan de korte kant. Bedenk van tevoren of je, nadat je troef getrokken hebt, voldoende troeven overhebt aan de korte kant om de benodigde verliesslagen in te troeven. Zo niet, dan is dit een reden om het troeftrekken uit te stellen. Zie voorbeeld A hierboven: je hebt samen met je partner acht troeven en moet waarschijnlijk drie keer troeftrekken. Als je daarmee begint, kan je ♥2 en ♥8 niet meer introeven in de dummy. Troef daarom ♥2 en ♥8 in voordat je troef trekt.