3.3. Zoeken naar een fit

Ook indien je niet meteen een fit in de openingskleur hebt of als je partner opent met 1 of 1, bied je bij als je 6 of meer punten hebt. De openaar kan 19 punten hebben en dan hebben je er samen 25, voldoende voor de manche. Zolang er geen fit in harten of schoppen bekend is, overleg je == in biedtaal == met je partner wat de beste speelsoort is. Een kleur die je op éénniveau kunt bieden mag je niet overslaan en bied je op éénniveau. Je biedt als volgt:

Net als bij het openingsbod, hanteer je bij het eerste bijbod de volgende prioriteit:

  1. Langste kleur
  2. Hoogste vijf- of zeskaart
  3. Laagste vierkaart

Zolang je geen harten- of schoppenfit hebt ontdekt, mag je een kleur op éénniveau niet overslaan, tenzij je een kleur op éénniveau kunt bieden die langer is dan de kleur die je overslaat of de hoogste is van twee vijf- of zeskaarten.

Limietbieding: als je je partner steunt in de door hem geboden kleur of als je SA biedt, limiteer je je hand aan de bovenkant qua puntenaantal. De openaar weet hoeveel punten je minimaal en maximaal hebt en schat in of er voldoende punten voor de manche zijn. Hij mag passen als dat niet het geval is.

Rondeforcing: als je een nieuwe kleur biedt, ongeacht of je dit op één- of tweeniveau doet, dan is je hand aan de bovenkant onbegrensd qua puntenaantal en moet de openaar minimaal één ronde doorbieden. Dit heet rondeforcing. Door het eerste bijbod zo laag mogelijk te houden, zelfs als je zeer sterk bent, creëer je ruimte om samen met je partner het beste contract te zoeken.

Door mij ontwikkeld oefenmateriaal beschikbaar op Vu bridge: