De regel van 1 stelt dat wanneer de tegenstander nog één troef heeft en deze hoger is dan jouw resterende troeven, je die normaal gesproken moet laten zitten.
Voorbeeld A
A 9 7 6

H 8 5 2
Harten is troef en er is een kans van 2-op-3 dat de vijf ontbrekende troeven 2-3 verdeeld zijn. Nadat je A en H hebt gespeeld, heeft de tegenpartij nog één troef over, en deze laatste troef is hoger dan jouw resterende troeven. Het is bijna altijd verstandig om in zo n geval de laatste troef te laten zitten. Waarom zou je twee van jouw troeven opofferen om één troef weg te krijgen?

Voorbeeld B
A 9 7 6

H V 5 2
In dit spel heb je acht troeven met A H V. In 2-op-de-3 spellen zijn de vijf troeven van de tegenstanders 2-3 verdeeld. Je mag ervan uitgaan dat nadat je A H hebt gespeeld, een van de tegenstanders nog één troef heeft. Deze kun je ophalen met V. Of je dit daadwerkelijk doet, hangt af van je verdere speelplan.
Als je nog twee verliezers in je hand hebt die je beide in de dummy wilt introeven om er winnaars van te maken, kun je de laatste troef beter laten zitten en je richten op het wegwerken van beide verliezers. Heb je de troeven in noord eigenlijk niet nodig of in ieder geval niet alle twee, dan is het meestal beter om de laatste troef bij de tegenpartij op te halen.

Voorbeeld C
8 7
A 5
H V B 4 3 2
10 8 7

A V 2
H 9 8 6 4 3
A 8
A 5
Er is geen regel zonder uitzondering.
Kijk naar het spel hiernaast. Je bent zuid en leider in 6 en west is uitgekomen met 9. Je begint met het opstellen van je speelplan en telt drie verliesslagen: 1x , 1x en 1x . Dankzij de uitkomst (9) tel je slechts één verliezer in schoppen, omdat je zowel A als V kunt maken.
De hartenverliezer is onontkoombaar: je mist V B 10 in troef, wat betekent dat de tegenpartij zeker een slag zal maken met een van deze kaarten. Je moet dus de rest van de slagen maken om je contract te halen. Hoe werk je de schoppen- en klaververliezer weg? Een van de technieken om verliezers weg te werken is weggooien op hoge kaarten. In de dummy heb je zes ruiten en in je hand twee. Je kunt vier ruiten in de dummy gebruiken om verliezers uit je hand op weg te gooien. Maar als je twee keer troef trekt en de laatste (en op dat moment hoogste) troef laat zitten, is de kans groot dat je niet vaak genoeg ruiten kunt spelen om zowel je schoppen- als je klaververliezer weg te gooien. De tegenpartij zal de tweede of derde ruitenslag troeven, waardoor je ruiten onbereikbaar worden.
Speel daarom, na A H, voor een derde keer troef en geef deze slag weg. Je hebt alle kleuren nog onder controle en komt meteen weer aan slag. Nu de troeven eruit zijn, is het tijd om ruiten te spelen en je verliezers weg te gooien. Je maakt zo je 6 contract.

De regel van 2 stelt dat wanneer je twee niet-aaneengrenzende hoge kaarten mist, je de meeste kans op zoveel mogelijk slagen in die kleur hebt door een diepe snit te nemen en naar de laagste honneur toe te spelen.
Voorbeeld A
A V 10 2

6 5 4 3
Als je A V 10 hebt, is het het meest kansrijk om eerst een kleine harten vanuit zuid naar 10 in noord te spelen. Je hebt nu de volgende mogelijkheden:
westoostwat er gebeurt wanneer jij naar 10 toespeelt
H B10 wint de slag en je herhaalt de snit.
HBoost wint de slag met B en jij hebt nog een vork in noord om de snit te herhalen.
BHoost wint de slag met H en jij hebt A V hoog.
H Bje verliest altijd twee hartenslagen.
De kans op elk van deze situaties is in principe even groot, 25%, tenzij je uit het biedverloop of spelverloop een indicatie hebt van hoe de tegenstanders de honneurs verdeeld hebben.
In de eerste situatie verlies je geen hartenslag door 10 te leggen. In de overige situaties maakt het niet uit naar welke honneur je toespeelt en verlies je altijd één of twee hartenslagen.
Zou je beginnen met het spelen van een kleine harten uit zuid naar V, dan verlies je altijd één of twee hartenslagen.

Voorbeeld B
H B 10 2

6 5 4 3
Heb je H B 10, dan is het het meest kansrijk om eerst een kleine harten vanuit zuid naar 10 in noord te spelen. Je hebt nu de volgende mogelijkheden:
westoostwat er gebeurt wanneer jij naar 10 toespeelt
A V10 wint de slag en je herhaalt de snit en verliest alleen A.
AVoost neemt de slag met V en jij verliest twee hartenslagen.
VAoost neemt de slag met A en jij hebt H B hoog.
A Vje verliest altijd twee hartenslagen.

De kans op elk van deze situaties is in principe even groot, 25%, tenzij je uit het biedverloop of spelverloop een indicatie hebt van hoe de tegenstanders de honneurs verdeeld hebben.
In de eerste situatie verlies je één hartenslag (A) door 10 te leggen. In de overige situaties is het aantal slagen dat je maakt afhankelijk van hoe de ontbrekende honneurs verdeeld zitten.

Voorbeeld C
V 10 9 2

H 5 4 3
Nu heb je samen met je partner H V 10. Je begint nu niet met snijden naar 10, maar speelt eerst een kleine harten vanuit noord naar H in zuid. Als deze houdt, speel je in de volgende ronde een kleine harten vanuit zuid naar 10 in noord.
Omdat west de eerste hartenslag niet nam met A, heeft oost deze waarschijnlijk. Door nu in de tweede hartenslag 10 te leggen, heb je 50% kans dat west B heeft en oost de slag met A moet nemen. V is dan vrij geworden. Heeft oost zowel A als B, dan maakt het niet uit wat je legt in de tweede slag en zal hij altijd beide honneurs maken.

Voorbeeld D
H V 10 9 4 3 2

5
Dezelfde kaarten als in voorbeeld C, maar anders verdeeld. In tegenstelling tot voorbeeld C, waar je moest beginnen met het spelen naar H om vervolgens te snijden over 10, kun je nu slechts één keer harten spelen vanuit zuid. Daarom moet je nu beginnen met het spelen van een kleine harten in zuid naar 10 in noord. Duimen dat oost de slag moet nemen met A en jij H V hoog hebt.

De regel van 7 gebruik je wanneer je leider bent in een SA-contract en de tegenstander uitkomt met een kleur waarin je slechts de aas als dekking hebt. De regel van 7 bepaalt hoe vaak je de aas moet ophouden:
  • Tel het aantal kaarten van de uitkomstkleur in de dummy op bij het aantal kaarten van de uitkomstkleur in je hand.
  • Trek dit aantal af van 7 (deze 7 is een vast gegeven).
  • Het resultaat is het aantal keren dat je de aas moet ophouden.
Het ophouden van een aas heeft als doel om de communicatie tussen beide tegenstanders te verbreken.
Voorbeeld A
8 6
H 9 4
H V B 6 2
A H 6

A 5 4
A 8 7
10 9 7
V B 8 7
Je bent zuid en leider in 3SA. West is uitgekomen met 4.

Je telt zeven vaste slagen: A, A H en A H V B en kunt vrij eenvoudig vier slagen in ruiten ontwikkelen, wat het totaal aantal slagen op elf brengt. Het lijkt erop dat 3SA binnen handbereik is. Maar is dat echt zo?

De tegenpartij heeft acht schoppen en als deze 4-4 verdeeld zijn, verlies je drie schoppenslagen plus A; je maakt je contract dan precies.

Maar wat als west met een vijfkaart schoppen gestart is? Dan verlies je vier schoppenslagen plus A en ga je één down, terwijl je dacht elf slagen te kunnen maken. Helaas is de kans dat acht ontbrekende kaarten 5-3 zitten groter dan dat beide tegenstanders precies een vierkaart hebben.

Om je maakkansen zo groot mogelijk te maken, pas je de regel van 7 toe: jij en je partner hebben samen vijf schoppen. Trek dit af van zeven: 7-5 = 2 en houd A daarom tweemaal op. Als west inderdaad gestart is met vijf schoppen, heeft oost er drie. Door A tweemaal op te houden, raakt oost al zijn schoppen kwijt. Na de derde schoppenslag ontwikkel je ruiten en heb je 50% kans dat oost A heeft. Als hij dan aan slag komt, kan hij zijn partner niet meer bereiken: oost heeft geen schoppen meer en jij hebt de overige kleuren onder controle. Als west A heeft plus vijf schoppen, is er geen enkele manier om het contract te maken.

Deze regel geldt vooral als je vermoedt dat een van de tegenspelers een vijfkaart (of langer) heeft. Dit kan zijn doordat een tegenspeler de kleur geboden heeft of omdat je er acht mist en acht kaarten vaker 5-3 verdeeld zijn dan 4-4.

Als jij en je partner in een dergelijke situatie zes schoppen hebben, hoef je de schoppen maar eenmaal op te houden (7 6 = 1): de tegenstanders hebben dan samen zeven schoppen en als een van hen er vijf heeft, heeft de ander er slechts twee. Eenmaal ophouden en de tweede schoppenslag nemen is dan voldoende om oost van zijn schoppen te ontdoen en de communicatie tussen beide tegenspelers te verbreken.

Waarschijnlijk heb je wel eens gehoord van

Eight ever, nine never

Deze regel stelt dat wanneer je A H van een kleur hebt, je in het algemeen beter kunt snijden op de vrouw als je acht kaarten (of minder) in de kleur hebt (eight ever) en beter niet kunt snijden op de vrouw wanneer je samen negen (of meer) kaarten van de kleur hebt (nine never).
Heb je acht kaarten van een kleur, dan zijn de vijf kaarten bij de tegenpartij in 2-op-de-3 spellen 2-3 verdeeld. De kans dat de vrouw bij de driekaart zit is dan groter dan dat deze bij de tweekaart zit en daarom is snijden kansrijker.

De regel van 8 stelt dat wanneer je samen acht kaarten van een kleur hebt, waaronder A H B, het meestal het beste is om de aas te slaan en in een volgende ronde op de vrouw te snijden. Heb je samen acht kaarten waaronder H V 10, dan is het in het algemeen het meest kansrijk om eerst de heer te slaan, gevolgd door een snit op de boer.
Voorbeeld A
A H B 6

5 4 3 2
Voorbeeld B
A H B 6 5

4 3 2
Voorbeeld C
A H B 6 5 4

3 2
Om je kans op zoveel mogelijk slagen zo groot mogelijk te maken, begin je in al deze voorbeelden met het spelen van A in noord (voor het geval oost een singleton V heeft). Vervolgens keer je via een andere kleur terug naar zuid en speel je daarna een kleine harten vanuit zuid naar B in noord. Als je geen entrees meer hebt in zuid (dus geen hoge kaarten waarmee je de zuidhand kunt bereiken), speel je direct naar B in noord en snijd je bij de eerste hartenslag.
Wanneer je niet 6, maar 10 in noord hebt, verandert er voor de speelwijze in voorbeeld A en voorbeeld B niets: je slaat A en speelt vervolgens een kleine harten naar B. In voorbeeld C echter verandert de meest kansrijke speelwijze, zoals wordt geïllustreerd in voorbeeld D.
voorbeeld D
A H B 10 5 4

3 2
Uitgaande van voldoende entrees in zuid, speel je meteen een kleine harten naar B. Als de snit lukt, ga je terug naar zuid en speel je een kleine harten naar 10. Het grote verschil tussen dit spel waarbij de kaarten 6-2 zitten en de situatie waarin de kaarten 4-4 of 5-3 verdeeld zijn, is dat je met slechts twee harten in zuid de snit maar één keer kunt nemen als je met A begint.

Voorbeeld E
H 6 5 4

V 10 3 2
Voorbeeld F
H V 10 6

5 4 3 2
Voorbeeld G
H V 6 5

10 4 3 2
Voorbeeld H
H V 6 5

10 9 3 2
In elk van de bovenstaande voorbeelden is het in het algemeen het beste om eerst een kleine harten vanuit zuid naar H te spelen. Als deze wint, mag je ervan uitgaan dat west A heeft en ga je als volgt verder:
  • voorbeeld E: speel een kleine harten vanuit noord naar 10 in zuid en snijd op B. Als west A en B blijkt te hebben, is er geen kruid tegen gewassen. Als oost B heeft, win je een extra slag.
  • voorbeeld F: ga terug naar zuid en vervolg met een kleine harten naar 10 in noord.
  • voorbeeld G: ga terug naar zuid en vervolg met een kleine harten naar V in noord.
  • voorbeeld H: ga terug naar zuid, speel 10 en leg in noord een kleintje als west niet dekt met B.

De regel van 9 biedt een richtlijn voor de situatie waarin jij en je partner samen negen kaarten in één kleur hebben met A H B of A H 10. In een dergelijke situatie is het meestal het beste om A H te spelen. Als de aas en de heer in dezelfde hand zitten, heb je weinig andere keus dan te beginnen met het spelen van een tophonneur. Echter, als beide kaarten verdeeld zijn tussen de leider en de dummy, kan het verschil maken of je begint met de hoge kaart in de dummy of met de hoge kaart in je eigen hand. Dit hangt af van de overige kaarten die je bij die aas of heer hebt.

Hier vind je acht spellen die je kunt spelen om te oefenen met de regel van 9.

Let bij het bestuderen van de onderstaande voorbeelden en vooral bij situaties die je in de praktijk tegenkomt, niet alleen op de honneurs (A tot en met 10) die je in een kleur hebt, maar ook op de hoge middenkaarten (9, 8).
Let op: in alle onderstaande voorbeelden mag je ervan uitgaan dat je aan beide kanten voldoende entrees hebt en dat je vrij bent in de keuze waarin je harten speelt.
Voorbeeld A
A H B 9 6

5 4 3 2
Speel A en als beide tegenstanders harten volgen, ga je door met H. Je maakt vijf hartenslagen als:
  • De harten 2-2 verdeeld zijn.
  • De harten 3-1 verdeeld zijn en een van de tegenstanders V sec heeft.
  • West vier harten heeft en oost geen enkele.
Alleen tegen de situatie dat oost V met twee of drie kleintjes heeft, kun je je niet wapenen. In dat geval verlies je altijd één of twee hartenslagen.

Voorbeeld B
A 7 6 5 4

H B 9 2
Je hebt samen met je partner negen harten en mist de vrouw. Waar het bij voorbeeld A niet uitmaakte of je met A of H begon, is de beste speelwijze hier om met A te beginnen. Spelen beide tegenstanders een kleine harten bij, dan ga je door met H. Je maakt vijf hartenslagen als:
  • De harten 2-2 verdeeld zijn.
  • De harten 3-1 verdeeld zijn en één van beide tegenspelers V sec heeft.
  • Oost vier harten heeft en west geen enkele.
De kans op deze laatste situatie is klein, maar als je deze zonder risico kunt meenemen, waarom niet? Begin je met H en blijkt bij de eerste hartenslag dat oost vier harten heeft, dan verlies je altijd een hartenslag. Tegen de situatie waarin west vier harten heeft, kun je je niet wapenen. In dat geval verlies je altijd twee hartenslagen.

Voorbeeld C
A 10 8 5 4

H B 3 2
Je hebt negen harten en mist V. Je hebt A 10 in noord en H B in zuid. 8 in noord is cruciaal. Dankzij deze 8 kun je je beschermen tegen een vierkaart harten in west.

Speel in de eerste hartenslag H en als beide tegenstanders harten volgen, ga je door met A. Als blijkt dat west vanaf het begin geen harten heeft en oost vier, is er geen enkele speelwijze waarbij je alle hartenslagen kunt winnen. Echter, als oost geen harten heeft en west vier, ben je alle harten van west de baas:
V 9 7 A 10 8 5

B 3 2
Wetende dat oost geen harten heeft, vang je 7 met 8, 9 met 10 en V met A. De kans dat west alle harten heeft en oost geen enkele is klein, ongeveer 5%, maar dat betekent wel dat je in 1-op-de-20 spellen waarin deze situatie zich voordoet, spekkoper bent en alle kansen benut bij het spelen van de kleur.

Waar je bij de bovenstaande situaties op moet letten, is aan welke kant je middenkaarten en daarmee mogelijkheden hebt om te snijden. Deze kant moet je koesteren en aanvankelijk intact laten. Als je in noord een ‘losse honneur’ hebt met een paar kleintjes en in zuid een (dubbele) vork, dan heb je in zuid snijmogelijkheden en in noord niet. Begin met het spelen van de ‘losse honneur’, zodat je, mocht de kleur 4-0 tegenzitten, de snijmogelijkheden in zuid ten volle kunt benutten door steeds naar de vork(en) toe te spelen.
Voorbeeld D
A H 10 7 6

5 4 3 2
Je hebt hier A H 10 in noord en bent van plan om A H te spelen omdat je dan, mits de harten 2-2 zitten, kans hebt om geen hartenslagen te hoeven afstaan. Echter, op het moment dat jij een hoge harten (A of H) speelt en je ziet oost V of B bijspelen, veranderen de kansen en daarmee jouw speelwijze. Oost speelt V of B niet bij als hij ook een kleintje heeft. Dit kan twee dingen betekenen:
  • Oost heeft de bijgespeelde honneur sec.
  • Oost heeft precies V B.
De kans dat oost de gespeelde honneur sec heeft (en west van oorsprong honneur-derde), is groter dan dat oost precies V B heeft. Daarom is het in deze situatie beter om, nadat je oost in de eerste slag een hartenplaatje hebt zien bijspelen, van tactiek te veranderen en de tweede hartenslag vanuit de hand te spelen naar H 10 toe en 10 te leggen wanneer west een kleintje legt. Deze situatie heet restricted choice. Oost was beperkt in zijn keuze (had geen keuze) toen hij een honneur bijspeelde op jouw A.

Voorbeeld E
H 10 7 6 5

A 4 3 2
Een variant op voorbeeld D: je hebt weer negen harten, waaronder A H 10. Je bent van plan om A H te slaan en tegelijkertijd de mogelijkheid open te houden van de 3-1-verdeling waarbij in de eerste hartenslag een honneur valt.

Hieronder twee varianten nadat je oost B hebt zien bijspelen in de eerste hartenslag. De kans dat west de resterende twee harten heeft, is nu groter geworden dan dat beide tegenstanders elk één harten over hebben. In voorbeeld E-1 ben je met A begonnen en kan je V van west eruit snijden. In voorbeeld E-2 ben je met H begonnen en verlies je nu altijd een hartenslag.

V 9Voorbeeld E-1
H 10 7 6

4 3 2

V 9Voorbeeld E-2
10 7 6 5

A 4 3
In het geval dat niet oost maar west de secce honneur heeft, verlies je altijd één hartenslag.

Het principe van restricted choice stelt dat wanneer een van beide tegenstanders een relatief hoge kaart bijspeelt, de kans groter is dat zijn partner de resterende drie kaarten in deze kleur heeft, dan dat de vier ontbrekende harten oorspronkelijk 2-2 verdeeld waren. In voorbeeld E hield je er van tevoren al rekening mee dat je met deze situatie te maken kon krijgen en begon je met de losse honneur in zuid, zodat je daarna een vork in noord overhield.

De regel van 15 is van toepassing in de vierde hand nadat drie spelers gepast hebben.
WestNoordOostZuid
paspaspas??

Om te beslissen of je in de vierde hand moet openen, tel je het aantal punten en het aantal schoppenkaarten bij elkaar op. Is dit 15 of meer, dan open je, anders pas je. Dit betekent dat je in de vierde hand past met 12 punten en twee schoppen, terwijl je deze hand in elke andere positie met 1-in-een-kleur zou openen.

Als jij 12 punten hebt, hebben de overige drie spelers samen 28 punten. Geen van hen heeft meer dan 11 punten, want dan hadden zij geopend. Iedereen heeft dus zo’n 8-11 punten. Onvoldoende voor een opening, maar voldoende voor een volgbod. Wanneer jij kort bent in schoppen, is de kans groot dat de tegenstanders schoppen zullen volgen en op die manier in 2 eindigen, waarna zij dit contract mogen gaan spelen.

Natuurlijk is het mogelijk dat je partner schoppen heeft. Maar als jij kort bent in schoppen, zit je niet te wachten op een schoppenbod van je partner. Bovendien heb je twee tegenstanders en slechts één partner: de kans dat de tegenstanders schoppen hebben, is daarom groter.
Voorbeeld A
9 3
A 8
H 10 3 2
A B 10 8 4
Je hebt 12 punten + twee schoppen = 14 (regel van 15).
Deze
hand open je in de eerste, tweede en derde positie gewoon met 1. Deze hand voldoet niet aan de regel van 15 en daarom pas je deze hand in de vierde positie. De kans dat je de tegenpartij helpt om in een deelcontract in schoppen te eindigen, is te groot.

Voorbeeld B
H B 10 6 2
9 5
7 4
A V B 10
Je hebt 11 punten + vijf schoppen = 16 (regel van 15).
Je
hebt 11 punten + vijf schoppen + vier klaveren = 20 (regel van 20).
Deze
hand voldoet aan de regel van 15 en ook aan de regel van 20. Daarom open je deze hand in elke positie met 1, je langste kleur.

Voorbeeld C
7 4
9 5
H B 10 8 2
A V B 10
Je hebt 11 punten + twee schoppen = 13 (regel van 15).
Je
hebt 11 punten + vijf ruiten + vier klaveren = 20 (regel van 20).
Je hebt hier dezelfde kaarten als in voorbeeld B, alleen de ruiten- en schoppenkaarten zijn omgewisseld.
De hand voldoet nu niet aan de regel van 15 en daarom pas je deze hand in de vierde positie. De kans dat je de tegenpartij helpt om in een deelcontract in schoppen te eindigen, is te groot.
Deze hand voldoet wel aan de regel van 20 en daarom open je de hand gewoon met 1, je langste kleur, in de eerste, tweede en derde positie.

Voorbeeld D
A V 10 9 4 2
H 10 9
8 4
9 2
Je hebt 9 punten + zes schoppen = 15 (regel van 15).
Je
hebt 9 punten + zes schoppen = 15 (regel van 17).
Deze hand voldoet aan de regel van 15, open daarom met 1 om in de volgende biedronde 2 te bieden, waarna het bieden waarschijnlijk is afgelopen en jij het bieden met 2 hebt gewonnen.
De hand voldoet niet aan de regel van 17, daarom open je deze hand in de eerste, tweede en derde positie met 2 om de tegenpartij onder druk te zetten en het voor hen moeilijker te maken om de manche te bereiken zonder zelf al te veel risico te lopen. In de vierde hand heeft het openen met een zwakke twee echter weinig zin: beide tegenstanders hebben al gepast en weten dat er geen manche voor hen in zit. Over het algemeen geeft een opening op tweehoogte in de vierde hand (dus: 2, 2 of 2) een zeskaart in de geboden kleur en 11 tot en met 14 punten aan; dit is iets sterker dan een zwakke twee in de eerste drie posities.

De regel van 17 stelt dat je een éénkleurenspel kunt openen als het aantal punten in je hand plus het aantal kaarten in je langste kleur, zeventien of meer is. Een éénkleurenspel betekent dat je slechts één biedbare kleur hebt met een minimale lengte van zes kaarten in deze kleur (en dus geen vierkaart of langer naast deze lange kleur). Op deze manier wordt de lengte van je lange kleur meegenomen in het bepalen van de kracht van je hand. Een hand met een zevenkaart is immers meer waard dan een hand met een vierkaart en drie driekaarten.

Het is hierbij belangrijk dat de lange kleur van goede kwaliteit is, wat betekent dat deze minimaal twee plaatjes bevat. Als je (te veel) plaatjes in de korte kleuren hebt, heb je gewoon 12 punten nodig om te openen.
Voorbeeld A
5 4
A H V B 7 2
B 10 9
6 4
Je hebt 11 punten + zes harten = 17.
Deze hand open je met 1, en na het bijbod van je partner bied je 2 om een zwak éénkleurenspel aan te geven.

Voorbeeld B
8 7
H V 3
A B 10 9 8 6 3
2
Je hebt 10 punten + zeven ruiten = 17.
Deze hand open je met 1 en na het bijbod van je partner bied je 2 om een zwak éénkleurenspel aan te geven.

Voorbeeld C
10 9 8 7 6 4 3 2
V B
V B
V B
Je hebt 9 punten + acht schoppen = 17.
Volgens het rekensommetje voldoet deze hand aan de regel van 17. Echter, alle punten bevinden zich in de korte kleuren. Om deze reden pas je.

Het is duidelijk dat de eerste twee voorbeelden zwakke openingen op éénniveau betreffen. Als je partner al gepast heeft, is de kans op een manche erg klein. Jouw partner heeft dan niet meer dan 10-11 punten en jij ook niet. In zulke gevallen is het verstandig om dergelijke handen op twee- of driehoogte te openen. Hiermee zet je maximale druk op het bieden van de tegenpartij en ontneem je hen biedruimte. Dit betekent dat je deze handen in de derde positie anders biedt dan in de eerste en tweede positie.

De regel van 20 stelt dat je bij een tweekleurenspel kunt openen als het aantal punten in je hand plus het aantal kaarten in je langste twee kleuren, twintig of meer bedraagt. Een tweekleurenspel betekent dat je twee biedbare kleuren hebt, wat inhoudt dat je twee kleuren hebt met elk vier kaarten of meer. Op deze manier wordt de verdeling van je hand, oftewel het aantal kaarten per kleur, meegenomen in het bepalen van de kracht van je hand.

Het is hierbij belangrijk dat de meerderheid van de punten zich in deze lange kleuren bevindt. Als je (teveel) plaatjes in de korte kleuren hebt, dan heb je gewoon 12 punten nodig om te openen.
Voorbeeld A
H V B 5 4
H V 3 2
9 7
6 4
Je hebt 11 punten + vijf schoppen + vier harten = 20.
Deze hand aan de regel van 20 en open je met 1 en na het bijbod van je partner bied je 2.

Voorbeeld B
5 3
9
A V B 8 3
V B 7 6 2
Je hebt 10 punten + vijf ruiten + vijf klaveren = 20.
Deze hand voldoet aan de regel van 20 en open je met 1 en na het bijbod van je partner bied je 2.

Voorbeeld C
A B 9 3 2
V B
V
B 9 8 6 3
Je hebt 11 punten + vijf schoppen + vijf klaveren = 21.
Deze hand voldoet aan de regel van 20. Echter, 5 punten bevinden zich in de korte kleuren (V B, V). Om deze reden open je deze hand niet met 1. Wacht een rondje af en kijk of je in de volgende biedronde wellicht nog met 1 of 2 kunt volgen.

WNOZ
1pas
pasdblpas2SA
pas3SAa.p. 

WestNoordOostZuid
1
1dblpas2SA
pas3SAa.p. 


In samenwerking met B.C. Rijnbridge (Heteren) » geef ik binnenkort een Kennismakingsclinic en een beginnerscursus in Heteren. Meer informatie: B.C. Rijnbridge (Heteren) ». Aanmelden: Marie-José van der Linde ».

ays_quiz id=’281′]


Kennismakingsclinic
do-avond 15 jan 2026

Heb je altijd al willen leren bridgen, maar durf je de stap nog niet te zetten? Ken je iemand in je omgeving die twijfelt om wel of niet te beginnen met bridgen? Deze geheel vrijblijvende kennismakingsclinic bridge staat open voor iedereen, jong en oud, met en zonder kaartervaring. Reserveer de datum!

Beginnerscursus
wekelijks op wo-avond
vanaf 28 jan 2026

Geen saaie hoorcolleges, maar direct aan de slag met de kaarten in je hand. In twintig weken begeleid ik je naar de bridgetafel met een spetterende slotdrive op 10 juni. Aansluitend kun je meespelen op de zomerdrives van B.C. Rijnbridge (Heteren) ».


Cursisten kunnen hier spellen spelen die in de laatste les behandeld zijn.


12-12-2025 13:10:09 – Heel Holland biedt.xlsm

1. Je bent zuid en hebt in handen:

V 7 4 2
9 8 4
V B 4
H B 5

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas3pas??  

BodPuntenBetekenis
112-19minimaal twee klaveren; er zijn qua verdeling verschillende mogelijkheden:
  • klaveren is noords langste kleur OF
  • klaveren is noords laagste vierkaart OF
  • noord heeft geen vijfkaart schoppen of harten en geen vierkaart ruiten.
16+minimaal vier schoppen; 1 sluit steun voor klaveren niet uit: een kleur op nniveau mag je niet overslaan.
316-17minder dan vier schoppen (geen steun voor partners hoge kleur) en minimaal zes klaveren (een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur)).

Jij hebt 9 punten en een evenwichtige verdeling (4333).
WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas3pas??  
BodPuntenBetekenis
 pas6-7onvoldoende punten voor de manche; minder dan zes schoppen.
 38+een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en vier ruiten; een nieuwe kleur op drieniveau is mancheforcing.
 38+voldoende punten voor de manche; een nieuwe kleur op drieniveau is mancheforcing; minimaal vijf schoppen en minimaal vier harten.
 36-7onvoldoende punten voor de manche; minimaal zes schoppen.
3SA8+voldoende punten voor de manche en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 48+voldoende punten voor de manche; minimaal zes schoppen.

2. Je bent zuid en hebt in handen:

V B 9
A H V 7
A 7 6
V 4 2

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1  
pas1pas??  

BodPuntenBetekenis
112-19minimaal twee klaveren; er zijn qua verdeling verschillende mogelijkheden:
  • klaveren is zuids langste kleur OF
  • klaveren is zuids laagste vierkaart OF
  • zuid heeft geen vijfkaart schoppen of harten en geen vierkaart ruiten.
16+minimaal vier schoppen; 1 sluit steun voor klaveren niet uit: een kleur op nniveau mag je niet overslaan.

Jij hebt 18 punten, drie schoppen en een evenwichtige verdeling (4333).
WestNoordOostZuid  
1  
pas1pas??  
BodPuntenBetekenis
 pas pas is geen correct bod: een eerste bijbod in een nieuwe kleur is rondeforcing; partner belooft minimaal 6 punten; zijn maximum aantal punten is onbekend.
 1SA12-14minder dan vier schoppen (geen steun voor partners hoge kleur) en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 212-15minder dan vier schoppen (geen steun voor partners hoge kleur) en minimaal zes klaveren (een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur)).
 22 is geen correct bod: in principe bied je geen kleur die je partner heeft overgeslagen; met sterke handen die een specifieke verdeling kennen, mag dit soms wel (dit heet dan: reverse bieden). Reverse bieden is geen onderdeel van de basis van Standaard Hoog.
 22 is geen correct bod: in principe bied je geen kleur die je partner heeft overgeslagen; met sterke handen die een specifieke verdeling kennen, mag dit soms wel (dit heet dan: reverse bieden). Reverse bieden is geen onderdeel van de basis van Standaard Hoog.
 212-15vier schoppen (steun voor partners hoge kleur); door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier schoppen hebben want dan had hij vrijwel zeker 1 geopend.
2SA18-19minder dan vier schoppen (geen steun voor partners hoge kleur) en een (semi-)evenwichtige verdeling; mancheforcing.
 316-17minder dan vier schoppen (geen steun voor partners hoge kleur) en minimaal zes klaveren (een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur)).
 316-17vier schoppen (steun voor partners hoge kleur); door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier schoppen hebben want dan had hij vrijwel zeker 1 geopend.
 3SA12-19geen interesse in een fit in een hoge kleur: minder dan drie schoppen (geen steun voor partners hoge kleur); de sprong naar 3SA geeft een (semi-)evenwichtige verdeling met een zes- of zevenkaart klaveren aan; het gaat hierbij meer om het kunnen maken van slagen dan om het hebben van veel punten.
 418-19vier schoppen; steun voor partners hoge kleur; door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier schoppen hebben want dan had hij vrijwel zeker 1 geopend.

3. Je bent zuid en hebt in handen:

A 6
A 5 4 3 2
9 7 4 3
7 2

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas2SApas??  

BodPuntenBetekenis
112-19minimaal twee klaveren; er zijn qua verdeling verschillende mogelijkheden:
  • klaveren is noords langste kleur OF
  • klaveren is noords laagste vierkaart OF
  • noord heeft geen vijfkaart schoppen of harten en geen vierkaart ruiten.
16+minimaal vier harten; 1 sluit steun voor klaveren niet uit: een kleur op nniveau mag je niet overslaan.
2SA18-19minder dan vier harten (geen steun voor partners hoge kleur), minder dan vier schoppen (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en een (semi-)evenwichtige verdeling; mancheforcing.

Jij hebt 8 punten en vier ruiten: een tweekleurenspel (vijf harten, vier ruiten).
WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas2SApas??  
BodPuntenBetekenis
 pas pas is geen correct bod; partner biedt mancheforcing; door 2SA en niet meteen 3SA te bieden, geeft hij jou ruimte om meer over jouw verdeling te vertellen.
 36+een tweekleurenspel met minimaal vijf harten en minimaal vier klaveren OF
een tweekleurenspel met minimaal vier harten en minimaal vier klaveren en geen (semi-)evenwichtige verdeling.
36+een tweekleurenspel met minimaal vijf harten en vier ruiten; een nieuwe kleur op drieniveau is mancheforcing.
 38+een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes harten.
 3SA6+voldoende punten voor de manche en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 46-7een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes harten.

4. Je bent zuid en hebt in handen:

A H B 7
A 4 3
A B 8 4
H 6

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
2SA  
pas3pas3  
pas3SApas??  

BodPuntenBetekenis
2SA20-22evenwichtige verdeling (maximaal een doubleton: 5332, 4432, 4333).
3Jacobytransfers; minimaal vijf harten; vanaf 0 punten.
320-22verplicht bod; geeft geen nadere informatie over de hand.
3SA4+voldoende punten voor de manche; precies vijf harten.

Jij hebt 20 punten en drie harten.
WestNoordOostZuid  
2SA  
pas3pas3  
pas3SApas??  
BodPuntenBetekenis
 pas20-22precies twee harten.
420-22minimaal drie harten.

5. Je bent zuid en hebt in handen:

A 5
H 9 5
H B 8 6 5 2
10 2

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas1SApas??  

BodPuntenBetekenis
112-19minimaal twee klaveren; er zijn qua verdeling verschillende mogelijkheden:
  • klaveren is noords langste kleur OF
  • klaveren is noords laagste vierkaart OF
  • noord heeft geen vijfkaart schoppen of harten en geen vierkaart ruiten.
16+minimaal vier ruiten; 1 sluit steun voor klaveren niet uit: een kleur op nniveau mag je niet overslaan.
1SA12-14minder dan vier schoppen, minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en een (semi-)evenwichtige verdeling.

Jij hebt 11 punten en een (semi-)evenwichtige verdeling (6322).
WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas1SApas??  
BodPuntenBetekenis
 pas6-10minder dan zes ruiten en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 26-9een tweekleurenspel met minimaal vijf ruiten en minimaal vier klaveren OF
een tweekleurenspel met minimaal vier ruiten en minimaal vier klaveren en geen (semi-)evenwichtige verdeling.
 26-9een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes ruiten.
 22 is geen correct bod; in principe bied je geen kleur die je partner heeft overgeslagen; met sterke handen die een specifieke verdeling kennen, mag dit soms wel (dit heet dan: reverse bieden). Reverse bieden is geen onderdeel van de basis van Standaard Hoog.
 22 is geen correct bod; in principe bied je geen kleur die je partner heeft overgeslagen; met sterke handen die een specifieke verdeling kennen, mag dit soms wel (dit heet dan: reverse bieden). Reverse bieden is geen onderdeel van de basis van Standaard Hoog.
2SA10-11(semi-)evenwichtige verdeling.
 310-11een tweekleurenspel met minimaal vijf ruiten en minimaal vier klaveren OF
een tweekleurenspel met minimaal vier ruiten en minimaal vier klaveren en geen (semi-)evenwichtige verdeling.
 310-11een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes ruiten.
 3SA12-15voldoende punten voor de manche en een (semi-)evenwichtige verdeling.

6. Je bent zuid en hebt in handen:

A V 8 7 6 5
H 6 3
8 4
V 5

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1SApas2  
pas2pas??  

BodPuntenBetekenis
1SA15-17evenwichtige verdeling (maximaal een doubleton: 5332, 4432, 4333).
2Jacobytransfers; minimaal vijf schoppen.
215-17verplicht bod; geeft geen nadere informatie over de hand.

Jij hebt 11 punten en zes schoppen.
WestNoordOostZuid  
1SApas2  
pas2pas??  
BodPuntenBetekenis
 pas0-7onvoldoende punten voor de manche; minimaal vijf schoppen.
 2SA8-9invite voor de manche; precies vijf schoppen.
 38-9invite voor de manche; minimaal zes schoppen.
 3SA10+voldoende punten voor de manche; precies vijf schoppen.
410+voldoende punten voor de manche; minimaal zes schoppen.

7. Je bent zuid en hebt in handen:

A H 10 8 6 3
V 3
V 10
8 7 4

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas1SApas??  

BodPuntenBetekenis
112-19minimaal twee klaveren; er zijn qua verdeling verschillende mogelijkheden:
  • klaveren is noords langste kleur OF
  • klaveren is noords laagste vierkaart OF
  • noord heeft geen vijfkaart schoppen of harten en geen vierkaart ruiten.
16+minimaal vier schoppen; 1 sluit steun voor klaveren niet uit: een kleur op nniveau mag je niet overslaan.
1SA12-14minder dan vier schoppen (geen steun voor partners hoge kleur) en een (semi-)evenwichtige verdeling.

Jij hebt 11 punten, zes schoppen: een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur).
WestNoordOostZuid  
1pas1  
pas1SApas??  
BodPuntenBetekenis
 pas6-10minder dan zes schoppen en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 26-9een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en minimaal vier klaveren OF
een tweekleurenspel met minimaal vier schoppen en minimaal vier klaveren en geen (semi-)evenwichtige verdeling.
 26-11een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en vier ruiten.
 26-11een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en vier harten.
 26-9onvoldoende punten voor de manche en een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes schoppen.
 2SA10-11minder dan zes schoppen en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 312+een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en minimaal vier klaveren OF
een tweekleurenspel met minimaal vier schoppen en minimaal vier klaveren en geen (semi-)evenwichtige verdeling.
 312+een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en vier ruiten; een nieuwe kleur op drieniveau is mancheforcing.
 312+een tweekleurenspel met minimaal vijf schoppen en vier harten; een nieuwe kleur op drieniveau is mancheforcing.
310-11een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes schoppen.
 3SA12+minder dan zes schoppen en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 44 is geen correct bod: het laat geen biedruimte voor je partner over en een nieuwe kleur op drieniveau is mancheforcing.
 412+een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur) met minimaal zes schoppen.

8. Je bent zuid en hebt in handen:

A 10 6 4
H V
H 4
A V 5 4 2

Wat bied je in het onderstaande biedverloop?

WestNoordOostZuid  
1  
pas1pas??  

BodPuntenBetekenis
112-19minimaal twee klaveren; er zijn qua verdeling verschillende mogelijkheden:
  • klaveren is zuids langste kleur OF
  • klaveren is zuids laagste vierkaart OF
  • zuid heeft geen vijfkaart schoppen of harten en geen vierkaart ruiten.
16+minimaal vier ruiten; 1 sluit steun voor klaveren niet uit: een kleur op nniveau mag je niet overslaan.

Jij hebt 18 punten en vier schoppen.
WestNoordOostZuid  
1  
pas1pas??  
BodPuntenBetekenis
 pas pas is geen correct bod: een eerste bijbod in een nieuwe kleur is rondeforcing; partner belooft minimaal 6 punten; zijn maximum aantal punten is onbekend.
 112-17vier harten; door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier harten hebben want dan had hij vrijwel zeker 1 geopend.
 112-17vier schoppen en minder dan vier harten; door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier schoppen hebben want dan had hij vrijwel zeker 1 geopend.
 1SA12-14minder dan vier schoppen, minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en een (semi-)evenwichtige verdeling.
 212-15minder dan vier schoppen, minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en minimaal zes klaveren (een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur)).
 212-15minder dan vier schoppen en minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en vier ruiten. Omdat zuid vier ruiten belooft, heeft hij ook minimaal vier klaveren; met vier ruiten en twee of drie klaveren opent hij 1.
 218-19vier harten en mancheforcing; door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier harten hebben want dan had hij vrijwel zeker met 1 geopend.
218-19vier schoppen, minder dan vier harten en mancheforcing; door de 1-opening kan zuid bijna niet meer dan vier schoppen hebben want dan had hij vrijwel zeker met 1 geopend.
 2SA18-19minder dan vier schoppen, minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en een (semi-)evenwichtige verdeling; mancheforcing.
 316-17minder dan vier schoppen, minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en minimaal zes klaveren (een nkleurenspel (minimaal zes kaarten van een kleur en geen andere biedbare kleur)).
 316-17minder dan vier schoppen en minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan) en vier ruiten. Omdat zuid vier ruiten belooft, heeft hij ook minimaal vier klaveren; met vier ruiten en twee of drie klaveren opent hij 1.
 3SA12-19minder dan vier schoppen en minder dan vier harten (een kleur op nniveau mag je niet overslaan); de sprong naar 3SA geeft een (semi-)evenwichtige verdeling met een zes- of zevenkaart klaveren aan; het gaat hierbij meer om het kunnen maken van slagen dan om het hebben van veel punten.


[bridge_training_user]


pms_active

test_abonnementen]

debug_abonnementen]


product_table

product_table id=”13097″]