2.3. Uitkomen
Naast de quizzen op deze pagina vind je onderaan tien interactieve spellen (waarvan twee gratis) waarmee je de basistechnieken van het uitkomen kunt oefenen.
Uitkomen is onderdeel van tegenspelen en betreft het voorspelen van de eerste kaart in het spel voordat de dummy wordt getoond. Uitkomen is moeilijk omdat je weinig informatie hebt over de kaarten van je partner en die van de leider/dummy.
Doelen van het uitkomen:
- Slagen ontwikkelen: Net als bij het zelf spelen (zie 2.1. Spelen zonder troef (sans atout, SA) en 2.2. Spelen met troef) ontwikkel je slagen door een hoge kaart bij de tegenpartij te verdrijven. Als je H V B hebt van een kleur en je komt met de H uit, dan verdrijf je de aas bij de tegenpartij. Je geeft één slag weg en haalt er twee binnen. Een goede ruil.
- Informatie geven over je kaart aan je partner: Door onderstaande uitkomstprincipes te volgen, geef je je partner informatie over je kaart, waarmee hij het beste tegenspel kan vinden.
Bij het uitkomen volg je de volgende drie principes:
Log in (of registreer) om verder te lezen en toegang te krijgen tot de quizzen en interactieve spellen op deze pagina, waarmee je de basistechnieken van het uitkomen kunt oefenen.
Inloggen
Hieronder staan tien spellen, waarvan je er twee gratis kunt spelen. Bovenaan het scherm zie je de speelsoort staan (zonder troef of de troefkleur) en het aantal slagen dat je minstens moet halen, wat je eigenlijk moet lezen als het maximum aantal slagen dat de leider mag verliezen. Als er staat minstens 4 slagen betekent dit dat de leider het contract maakt als hij vier slagen afstaat. Eigenlijk moeten jij en je partner er daarom minstens vijf zien te maken!
| « 2.2 Spelen met troef | 2.4. Het biedproces » |
